Onderzoekers van het OIVO interviewden in maart 2009 2630 jongeren tussen 12 en 17 jaar in de Belgische scholen. De bedoeling van deze studie is het gebruik van vrij te verkrijgen stimulerende producten en andere eventueel illegale producten bij de jongeren in te schatten. De studie moet de autoriteiten en beleidsvoerders in staat stellen om over gegevens te beschikken omtrent de ervaring met, perceptie van en gedrag op het vlak van gebruik van stimulerende en andere producten bij jongeren.
Enkele cijfers
- Iets meer dan 1 op 6 jongeren gaf toe al eens producten te hebben gebruikt om zijn sportprestaties te verbeteren. Daarvan deed minder dan de helft dit al verscheidene malen.
- Een vijfde van de jongeren gebruikte al eens producten tegen fysieke vermoeidheid. Minder dan een op tien beperkte dit tot een keer.
- 17% van de jongeren heeft al eens producten gebruikt om de intellectuele capaciteit te verbeteren. Bij 1 op 10 bleef dit beperkt tot een keer.
- 15% nam al eens producten om een beter geheugen te krijgen. Iets meer dan de helft van hen gebruikte ze verscheidene malen.Tegenover 2007 is er een toename in het gebruik van stimulerende producten zowel als experiment (eenmalig) als op herhaalde basis. Het aantal jongeren dat producten nam om de sportprestaties te bevorderen verdubbelde tegenover twee jaar geleden.
- Bij producten tegen fysieke vermoeidheid is er vooral een stijging bij het aantal jongeren die meermaals gebruik maken van deze producten.
- Ook het gebruik van middeltjes om de intellectuele prestaties en het geheugen te verbeteren neemt toe.
Stimulerende producten volgens profiel
- 14% (+4%) van de studenten uit het 5de en 6de secundair gebruikten al eens producten voor betere intellectuele prestaties. 11% (+4%) uit deze groep deed dit al meermaals.
- 15% uit de lagere sociale groepen zeggen dat ze deze producten al eenmaal gebruikt hebben (+5%). Van de jongeren uit de hogere sociale klassen is dit 6%.
- Van de jongeren uit de derde graad van het secundair onderwijs geeft 14% toe dat ze al producten voor een beter geheugen hebben gebruikt. Bij 10% kwam dit vaker voor.
- Van de jongeren uit de lagere sociale groepen had 11% dit een keer getest. 4% had dit al verschillende keren gedaan.
- Jongens gebruiken iets vaker stimulerende producten dan meisjes. 1 op 10 jongens heeft ze al gebruikt tegenover 6% van de meisjes.
- Er wordt vooral gebruikt in het vijfde en zesde jaar secundair. 12% van deze groep gebruikt ze vaker.
- Producten tegen fysieke vermoeidheid zijn vooral populair bij oudere tieners. 22% van de studenten uit het 5de en 6de secundair beamen dat ze deze producten al meerdere keren gebruikt hebben.
- Ze zijn vooral populair in het ASO. 15% gebruikte meermaals een dergelijk pepmiddel.
Gebruik van andere middelen als drug
- Een op drie jongeren geeft aan al geneesmiddelen te hebben gebruikt (kalmerende middelen, remmers, oppeppers, amfetamines). De meerderheid van hen (20%) deed dit al meerdere keren.
- 16% van de jongeren geeft toe al minstens een keer een solvent geprobeerd te hebben.
- 7% van de jongeren heeft al eens Gamma-Hydroxy-Butaraat, poppers of lachgas geprobeerd. 5% deed dit meermaals.
- Vergeleken met 2007 is er een sterke stijging van alle middelen, vooral dan het meermaals gebruik. Bij de geneesmiddelen steeg het verbruik met 8%.
- Het gebruik van solventen steeg met 13%. Andere producten kenden een stijging van 5% vergeleken met 2007.
- Het gebruik van alle middelen steeg in vergelijking met 2007. Vooral het meermaals gebruik is sterk gestegen.
- Bij de geneesmiddelen (kalmerende, remmers, oppeppers, of amfetamines) steeg het gebruik met 8%.
- Het gebruik van solventen (ether, aceton, lijm, vernis, vluchtige koolwaterstoffen) steeg met 13%.
- Andere producten zoals GHB, poppers, lachgas werden ook populairder dan in 2007 (stijging van 5%)
Het OIVO is van mening.......
- dat examen- of schoolgerelateerde stress geen aanleiding mag zijn om stimulerende middelen of medicatie te gebruiken. Producenten profiteren van elke examenperiode om reclame te maken in tijdschriften en op televisie voor producten die slecht zijn voor de gezondheid.
- dat energiebevorderende dranken vaak niets meer zijn dan drankjes met een hoog suiker- of cafeïnegehalte. (zie www.dieetteam.be/pages/categorie-1-cccnk.html). Elke soort reclame voor deze producten zou moeten verboden worden.
- Dat de overheid, samen met de preventieve sector, sensibiliseringsacties zou moeten ontwikkelen om het gebruik van stimulerende producten af te raden en zelfs te bannen, zowel voor producten voor sport als voor intellectuele prestaties.
De volledige studie kan u hier raadplegen.