Het OIVO ondervroeg 2600 Franstalige en Nederlandstalige leerlingen uit het lager en secundair onderwijs in de klas. De resultaten zijn onthutsend.
Jongens spelen meer dan meisjes
- Gemiddeld meer dan 1 jongere op 5 zegt al voor geld te hebben gespeeld. Dit is nochtans verboden onder de 18 jaar.
- Gemiddeld begint een jongere al op de leeftijd van 13 jaar voor geld te spelen.
- Per maand besteden ze gemiddeld 38 euro.
- Er gokken meer jongens (27 %) dan meisjes (18 %) voor geld. Jongeren die in de eerste jaren van het middelbaar onderwijs zitten, hebben al het meest voor geld gespeeld. Bij de 10-jarigen speelde al 20 %, bij de 14-en 16-jarigen stijgt dit tot 27 %.
- Spelen voor geld hangt samen met ander risicogedrag van de jongeren. 38 % van de jongeren die stevig roken hebben al voor geld gespeeld, evenals 57 % van de gebruikers van stimulerende of verslavende producten.
De verschillende kansspelen
Meer dan 3 op 5 van de spelende jongeren kochten al krasbiljetten en meer dan 2 op 5 van de spelende jongeren deden al mee aan loterijen. Hetzelfde aantal jongeren kaartte of pokerde voor geld. 1 op 4 jongeren gokt vandaag de dag online. Voorlopig doen ze dit nog zonder inzet van geld, maar de stap naar betaald gokken is snel gezet.
- 63 % van de jonge spelers kopen krasbiljetten. Spelers uit het lager onderwijs kopen vaker dan gemiddeld krasbiljetten (75%). Bij de 11-jarigen loopt dit op tot 94 %. 13- en 16-jarigen doen dit ook meer dan gemiddeld (75% en 74%).
- Jongeren uit het lager onderwijs spelen gemiddeld voor 51% met producten van de loterij. Bij de 10-jarigen loopt het op tot 58 %.
- 37 % van de jonge spelers pokeren voor geld. Pokeren voor geld gebeurt gemiddeld meer door de laatstejaarsstudenten van het secundair onderwijs (72%), maar ook de 14-jarigen doen het gemiddeld meer.
- 37 % van de jonge spelers kaarten voor geld. In de 5de en 6de jaren van het secundair onderwijs gebeurt dit gemiddeld meer (56% en 60 %), maar ook bij de 14-jarigen is het al populair (60%).
- 24 % van de jonge spelers gokken op het internet. Gokken op het internet zonder te betalen gebeurt vaker door jongeren uit het 3de en 4de jaar secundair onderwijs (33%) en het 5de en 6de jaar secundair onderwijs (38%).
- 22% van de jonge spelers spelen vaak in lunaparken en speelzalen. Dit gebeurt nog meer bij de 17-jarigen (36%).
- Bowling, biljart en andere vaardigheidsspelen voor geld worden gespeeld door 22 % van de jonge spelers. Jongeren in de laatste jaren van het secundair onderwijs doen dit gemiddeld 37%.
- 21 % van de jonge spelers spelen bingo in cafés voor geld. Meisjes spelen vaker bingo (29 %), net als de jongeren uit het technisch onderwijs (42%).
- 14 % van de jonge spelers gaan sportweddenschappen aan in agentschappen.
- 14 % van de jonge spelers nemen via telefoon of sms deel aan wedstrijden op televisie. Meisjes nemen vaker (24%) deel dan jongens (8%), jongeren uit de laatste jaren van het secundair onderwijs zelfs 32 %.
- 12 % van de jonge spelers nemen deel aan casino online, jongeren uit het 5de en 6de secundair onderwijs zelfs 26 %.
- 11 % van de jonge spelers dobbelen voor geld. Bij de 17-jarigen is dit 23 %.
- 10 % van de jonge spelers gokken op dierenwedrennen.
- 6 % van de jonge spelers spelen met de loterij en krasbiljetten op internet en 5 % zetten in op online weddenschappen.
Bedrag van de speeluitgaven
De jongeren verklaren dat ze gemiddeld 38 euro per maand uitgeven. Het gemiddeld hoogste bedrag per dag is 44 euro. Er zijn echter jongeren, vooral meisjes, die veel meer uitgeven. Gemiddeld is het hoogste bedrag dat ze al op één dag inzetten 57 euro, bij de jongens is het 36 euro. Maar er zijn jongeren uit het 5de en 6de secundair die per maand 133 euro durven inzetten.
Frequentie van het spelgebruik
Poker wordt gemiddeld vijfmaal per week gespeeld, gevolgd door kaarten voor geld en online gokken zonder geld, dat 2,5 keer per week gespeeld wordt. Casino's online worden door weinig jongeren bezocht, maar degenen die er gokken doen het anderhalve keer per week. Krasbiljetten worden meer dan eenmaal per week gekocht. Aan loterijen en bingo wordt slechts eenmaal per week deelgenomen.
Verslaving
Van een grootschalig probleem is voorlopig nog geen sprake. Maar er zijn indicaties die aantonen dat het in de toekomst een probleem zou kunnen worden. Sommige jongeren geven toe zenuwachtig en prikkelbaar te worden als ze niet kunnen spelen. En omdat het over minderjarige, beginnende en vaak onvoorzichtige spelers gaat, moet er met deze opmerkingen wel degelijk rekening gehouden worden.
Conclusies
- Meer dan op 1 op 5 jongeren speelde al voor geld, zelfs in spelletjes die voor hun leeftijd verboden zijn. Per maand besteden ze gemiddeld 38 euro aan kansspelen. Maar er zijn jongeren die er per maand veel meer geld aan besteden.
- De gemiddelde leeftijd waarop jongeren beginnen te spelen bedraagt 13 jaar.
- Meer dan 3 op de 5 jonge spelers kochten al krasbiljetten. Dat blijkt ook het meest geliefde kansspel te zijn. Een eerdere studie van het OIVO toonde aan hoe gemakkelijk het is en blijft voor jongeren om deze producten te kopen.
- Bijna 2 van de 5 spelende jongeren deden al mee aan loterijen en pokerden en kaartten voor geld. Poker is enorm populair. Poker wordt ook het meest gespeeld van alle kansspelen: bijna vijfmaal per week.
- Aan kansspelen op internet nemen de jongeren minder deel, maar dit zijn wel de kansspelen die na poker en kaarten voor geld het meest frequent gespeeld worden.
Aanbevelingen van het OIVO
- Te veel jongeren spelen vandaag geldspelletjes die door de wet voor hen verboden zijn, maar die door een openbare instelling te koop worden aangeboden. De bewustmaking van de verkopers verdient bijzondere aandacht van de Nationale Loterij, een openbare instantie. Het OIVO vindt dat de Nationale Loterij, die de verkopers in overtreding moet straffen of hen zelfs de verdere verdeling van haar producten moet ontzeggen. Ten slotte moeten degelijke controles en sancties de verkopers ontmoedigen die het niet zo nauw nemen met de wetgeving.
- Ook andere organisatoren en leveranciers van kansspelen moeten op hun verantwoordelijkheid gewezen worden om te garanderen dat jongeren onder de 18 jaar niet aan de kansspelen deelnemen.
- De aandacht moet gevestigd worden op de verslaving die het spel kan teweegbrengen zelfs als het gevaar daarvoor nog niet acuut aanwezig is. Ouders moeten beseffen dat het kopen van gokspelen als speelgoed geen goed idee is.
- Men moet ook oppassen met nieuwe praktijken als spelletjes op internet of op tv, waar consumenten kunnen verleid worden om grote sommen uit te geven. De drempel voor jongeren om daaraan deel te nemen, is laag. Hetzelfde geldt voor populaire gratis kansspelen op internet. Het is maar een kleine stap naar de overschakeling op online kansspelen waar wél geld mee gemoeid is.
- Een manier om jongeren de toegang tot dergelijke online kansspelen te ontzeggen zou registratie en controle van de identiteit en leeftijd zijn.
Volledige studie: Jongeren en kansspelen.