Het OIVO stelt zich vragen bij de commerciële logica die de verkoop van niet-conforme goederen omhelst.
Op 2 april haalt een Franse operator 2.800 ton ruwe zonnebloemolie van de markt die uit Oekraïne werd ingevoerd. Uit analyse blijkt immers de aanwezigheid van minerale olie.
Na het Europees Agentschap voor de Voedselveiligheid te hebben geraadpleegd, beveelt de Europese Commissie de lidstaten aan om alle producten die minstens 10 percent verontreinigde zonnebloemolie bevatten, van de markt te halen.
Op 29 april publiceert het FAVV een eerste persbericht over de levering van een lading van 23 ton olie. Daags daarop preciseert het FAVV dat gezien de geringe giftigheid België het advies van de Europese Commissie opvolgt.
Op 1 mei lanceert Colruyt een persbericht waarin staat te lezen dat een controle de aanwezigheid heeft aangetoond van Oekraïnse zonnebloemolie op de Belgische markt, die verontreinigd is met minerale olie. Die zonnebloemolie kon gebruikt worden in de olieproductie voor de merken Resto en/of Culino. Dergelijke producten werden uit de rekken gehaald en consumenten die ze toch kochten, konden ze terugbrengen en hadden recht op een terugbetaling.
Het OIVO verbaast zich over het feit dat de overheid toelaat dat verontreinigde olie mag  worden verkocht. De overheid moet dringend een stap terugzetten en vragen dat alle oliën die door deze verontreiniging getroffen werden, van de markt gehaald worden.
Zeker aangezien er heel wat producten bij betrokken kunnen zijn zoals ijsjes, sausen, bereide gerechten, vinaigrettes en chips.
Nochtans, een parlementaire vraag (19 juni 2008) toont dat België verder wou gaan dan Europa door zelfs producten van de markt te halen die minder dan 10 % "verontreinigde" olie bevatten. Het OIVO vraagt hiervoor garanties en bewijzen. Anders dreigt eens te meer de consument de dupe te worden.