Hoewel ze eerder verklaarde dat ze een dwingende wetgeving over de basisbankdienst zou uitvaardigen, heeft de EC recent een aanbeveling goedgekeurd waarin ze de Lidstaten vraagt om te waarborgen dat de consumenten toegang hebben tot een elementaire betaalrekening tegen een redelijke prijs, ongeacht in welk EU-land ze wonen of wat hun financiële toestand is.
Dat onderwerp is een punt van kapitaal belang op een moment waarop studies die de EC aanhaalt, spreken van 7% Europese consumenten die niet over een bankrekening beschikken. Dat komt neer op ongeveer 30 miljoen mensen, waarvan 6 of 7 miljoen in deze situatie terechtkwamen doordat de bankinstelling hen de toegang tot dergelijke rekening weigerde.
Volgens de Europese consumentenorganisatie BEUC gaat Europa op dat punt maar traag vooruit, ondanks de vaststellingen dat de zelfregulering en de op vrijwillige actie gebaseerde maatregelen van de banksector niet bevredigend zijn.
Het OIVO deelt die mening over de Europese context, maar herinnert eraan dat België dit probleem enige tijd geleden al aangepakt heeft door de goedkeuring van de wet van 24 maart 2003 houdende de invoering van een basisbankdienst. Die wet wilde de bankuitsluiting bestrijden: in die context was het al doorgedrongen dat het niet hebben van een bankrekening en het daaruit volgende moeilijk uitvoeren van betalingen en zelfs moeilijk innen van een loon, het gevoel van sociale uitsluiting kan versterken. De betreffende wet werd dus goedgekeurd, waarmee aan iedereen de mogelijkheid geboden werd om over een basisbankdienst in de vorm van een zichtrekening te beschikken.
Sedertdien mogen de banken niet langer de consumenten weigeren die om zulk een dienst vragen, tenzij ze al beschikken over een basisbankdienst, een zichtrekening of andere producten die met een kredietinstelling verband houden. En tot een maximumbedrag van EUR 13,97 (per 1/01/2011 – maximumprijs wordt jaarlijks geïndexeerd), mogen een aantal basisverrichtingen (zoals overschrijvingen, domiciliëringen,...) uitgevoerd worden. Bij overtreding van die wet kan de consument, nadat hij of zij een klacht tot de betreffende financiële instelling zelf gericht heeft, zich wenden tot de Bemiddelingsdienst Banken-Krediet-Beleggingen, alsook tot de economische inspectie.
Het OIVO neemt akte van de nieuwe weg die de Europese Commissie hiermee inslaat en roept nogmaals op tot een snelle verdere verbetering van de toestand in Europa.