Uit dat rapport blijkt ook dat de toename van het aantal arbeidsongevallen en beroepsziekten in stijgende lijn evolueert door de snelle industrialisering van bepaalde ontwikkelde landen. In 2009 werden in België 127 overlijdens ten gevolge van arbeidsongevallen in de privésfeer opgetekend; 15.891 slachtoffers van een ongevallen hielden er een levenslange handicap aan over. Nog in 2009 tekende het Fonds voor arbeidsongevallen 145.546 ongevallen op de werkplek in de privésector op, d.i. 11,9% minder ongevallen dan het jaar daarvoor.
Maar het risico voor een beroepsziekte zou vandaag de dag het grootste gevaar zijn waaraan de werknemers op hun werkplek blootgesteld worden! Die ziekten doden 1,7 miljoen mensen per jaar, wat neerkomt op een verhouding van vier overlijdens die door een beroepsziekte veroorzaakt worden tegen één overlijden dat uit een ongeval voortvloeit. Verder blijkt uit de meest recente ramingen van het internationaal arbeidsbureau dat er daarbovenop elk jaar nog eens bijna 268 miljoen niet dodelijke arbeidsongevallen gebeuren, die gevolgd worden door minstens drie opeenvolgende dagen afwezigheid, zonder de160 miljoen nieuwe gevallen van beroepsziekten mee te tellen die elk jaar opgetekend worden. De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) heeft al de raming gemaakt en hun conclusie was dat de vergoedingen en afwezigheden van het werk te wijten aan arbeidsongevallen en beroepsziekten bijna 4% uitmaken van het wereldwijde BIP.
De meest courante beroepsziekten gaan van kanker door blootstelling aan gevaarlijke stoffen via ziekten aan de luchtwegen, gehoorverlies, ziekten in de bloedcirculatie e.a. tot spier/beenderaantastingen… In de bouwsector alleen al doen er zich volgens de IOA jaarlijks wereldwijd minstens 60.000 dodelijke arbeidsongevallen voor, wat overeenkomt met één overlijden om de 10 minuten! Die sector alleen is verantwoordelijk voor bijna 17% van de ongevallen.
In België heeft de christelijke vakbond heel speciaal een herdenking georganiseerd van de 44 werknemers die op het werk overleden zijn in KMO's zonder CPBW (comité voor preventie en bescherming op het werk), waarbij ook meteen herinnerd werd aan het feit dat 6.093 werknemers een levenslange handicap opgelopen hadden tijdens het werk in diezelfde KMO's zonder CPBW.
Daarenboven heeft de vakbond beklemtoont dat er 20 werknemers met minder dan een jaar anciënniteit in hun onderneming de dood vonden op het werk, evenals 43 werknemers met nog geen 5 jaar beroepservaring; 15 van de overleden werknemers waren jonger dan 30 jaar; 5 van de overledenen en 708 levenslang gehandicapten werkten als interim; en 16 arbeiders in de bouw verongelukten op werven. "Veel van die ongevallen hadden vermeden kunnen worden, waardoor de slachtoffers en hun naastbestaanden veel leed bespaard zou zijn geworden", besloot de christelijke vakbond, die het nijpende tekort aan effectieven aanklaagt in de Dienst voor Toezicht op het welzijn op het werk. In 2009 beschikte de inspectiedienst maar over 151 inspecteurs, wat betekent dat elke inspecteur gemiddeld meer dan 1.700 ondernemingen moest controleren. Mission almost impossible… Ook het OIVO vraagt om strengere controles.
En dan zijn er de sancties… In theorie voorziet de wet strafrechtelijke sancties of boetes voor de werkgevers die in de fout gaan. Het probleem ligt helaas in de traagheid waarmee de procedures die bij de arbeidsrechtbanken aanhangig gemaakt worden op gang komen. Al te vaak wordt de strafrechtelijke vervolging daardoor niet geconcretiseerd. Ter herinnering: een slachtoffer van een arbeidsongeval kan maar vergoed worden als de werkgever het ongeval binnen de 8 dagen aan zijn verzekering aangeeft. Het is die verzekering die beslist om ja dan nee het voorval als een arbeidsongeval te erkennen. Merk op dat het arbeidsongevallenfonds al enkele jaren een gevoelige toename van het aantal weigering vaststelt.
In 1985 werden 2,2% van de ongevallen verworpen. In 2009 loopt dat percentage op tot 9,2%. En in datzelfde jaar ging het om meer dan 17.000 aangiften. In 2010 is het fonds tussengekomen in 590 dossiers, met als resultaat dat de verzekeraar in 42% van de gevallen zijn standpunt veranderd heeft en uiteindelijk het slachtoffer vergoed heeft.
Bovenaan de lijst van redenen die voor een weigering worden ingeroepen, vinden we "het ontbreken van bewijs van de ingeroepen feiten" (30,6% van de weigeringen).
Het OIVO beveelt de slachtoffers van een arbeidsongeval aan om altijd voor tastbare bewijzen te zorgen: getuigenissen (van collega's of afdelingschef), attesten van de foto's/echografieën van het ziekenhuis, enz.
Het doel daarvan is te kunnen bewijzen dat het ongeval zich wel degelijk op het werk heeft voorgedaan. Betrokkenen moeten ook weten dat het luidens artikel 49 van de wet van 10 april 1971 op de arbeidsongevallen zo is dat elke werkgever wettelijk verplicht is om een verzekering tegen arbeidsongevallen af te sluiten en zijn werknemer schadeloos te stellen.