Het gaat goed met de Belgische biomarkt, 5 gezinnen op 10 kopen biologische voeding. Ze gaven er in totaal 421 miljoen euro aan uit. Zowel het aantal biokopers, het besteedde bedrag per gezin als de aankoopfrequentie is gestegen. De biomarkt tekent al voor het derde jaar op rij een stevige groei op.
Bijna negen Belgische gezinnen op tien (89,6%) kochten in 2010 wel eens een bioproduct. In 2009 was dit nog 84,9%. Ongeveer 18% van de Belgische bevolking koopt minstens eenmaal om de tien dagen een bioproduct. Deze groep frequente kopers staat in voor 78% van alle biobestedingen. In absolute cijfers zijn de welgestelde gezinnen met kinderen en de welgestelde gepensioneerden de belangrijkste groep biokopers. Samen zijn zij verantwoordelijk voor ruim de helft van de biobesteding terwijl zij ongeveer 41% van de bevolking uitmaken. Huishoudens met kinderen met een beperkt inkomen haken af en scoren met een marktaandeel van 0,9% ver onder het gemiddelde. Wellicht is de prijs voor hen een te grote drempel om bio te (blijven) kopen. Deze groep heeft, door de crisis, zijn biobestedingen gevoelig teruggeschroefd. Jonge alleenstaanden (jonger dan 40 jaar) zijn ietwat ondervertegenwoordigd bij het totaal aantal biokopers maar eenmaal overtuigd zijn het wel intensieve biokopers. Ook de oudere alleenstaanden (ouder dan 40) scoren qua bio-aandeel boven het gemiddelde.
Bio is gemiddeld een derde duurder dan niet-bio. Over de jaren heen blijft dit prijsverschil zo goed als stabiel. Er zijn wel grote prijsverschillen tussen bio en gangbare producten, afhankelijk van het product. Het grootste verschil is er bij bio-eieren en braadkip (+75%) en het kleinste bij biogroenteburgers (+2%). Ook de evolutie van het prijsverschil verschilt van product tot product. Bij bio-aardappelen werd het verschil kleiner over de jaren heen, bij biotomaten werd het verschil groter. Voor halfvolle melk schommelde het prijsverschil de laatste jaren maar gemiddeld is biomelk twee derde duurder dan gewone melk. Voor yoghurt en geitenkaas is de meerprijs quasi stabiel gebleven op respectievelijk 29% en 38%. Biobrood is zo'n 30% duurder dan de gangbare variant. Bij varkenskotelet werd het verschil tussen bio en niet-bio groter. De surplus steeg in drie jaar tijd van 35 naar 59%.
Bijna de helft van de bioaankopen gebeurt in de klassieke supermarkt (Carrefour Hyper/Market/GB, Delhaize Supermarkt, Colruyt, Cora, Match, Makro, Champion) en de hard discount (Aldi en Lidl). De klassieke supermarkt is met bijna 46% van de markt het belangrijkste biokanaal maar verloor vorig jaar wel terrein aan harddiscount en buurtsupermarkt. De andere helft van de biobestedingen gebeurt via de gespecialiseerde kanalen en de kanalen waar een rechtstreeks contact bestaat tussen klant en verkoper. Voorbeelden zijn de biospeciaalzaak, de hoeve, de openbare markt en de buurtsupermarkt.
Bron: http://www.pers.vlam.be/nl/detail_mailing.phtml?id=1119