Het goede nieuws
Maar laat ons beginnen met het goede nieuws, want er verandert wel degelijk veel ten goede voor de busreiziger. De nieuwe Verordening regelt een compensatie bij vertragingen, annuleringen en overboekingen. Bij vertragingen van meer dan twee uur, overboeking of annulatie wordt de passagier onmiddellijk de keuze aangeboden tussen voortzetting van de reis, vervoer naar de eindbestemming via een andere route zonder extra kosten of terugbetaling van de ticketprijs. Indien een reis van meer dan drie uur wordt geannuleerd of een vertraging heeft bij vertrek van meer dan 90 minuten, moet ook bijstand worden geboden, zoals eten, drinken en hotelaccomodatie tot 80 euro per passagier per nacht, en dit gedurende maximum twee nachten. Een uitzondering voor deze compensaties geldt als busmaatschappijen niet kunnen rijden door slechte weersomstandigheden of natuurrampen.
De passagiers hebben recht op een vergoeding bij overlijden of bij letsel, evenals bij verlies van of schade aan bagage als gevolg van een ongeval. De maxima voor deze vergoeding zijn geraamd op 220 000 euro per passagier en 1200 euro per stuk bagage. Bij een ongeval hebben de passagiers recht op bijstand om te voorzien in hun onmiddellijke praktische behoeften.
Basisrechten
Deze verordening is zoals gezegd enkel van toepassing op busreizen van 250 km en langer. Passagiers die slechts een deel van deze lange afstand afleggen zijn evenwel ook gedekt. Naast deze rechten komt er ook een reeks van basisrechten die ook van toepassing zijn op passagiers die kortere geplande afstanden afleggen. Deze rechten hebben voornamelijk betrekking op mensen met een beperkte mobiliteit. Er komt bijvoorbeeld een verbod op discriminatie van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit en moeten rolstoelen gratis worden vervoerd. Bij verlies of beschadiging van rolstoelen of andere mobiliteitshulpmiddelen is er recht op vergoeding.
Busreizigers toch minst beschermd
Met uitzondering dus van deze - eerder beperkte – basisrechten gelden de in de verordening vermelde rechten enkel op busritten van 250 km of meer. Op die manier vallen busreizigers op (inter)nationale ritten die korter zijn, zoals Brussel – Amsterdam, uit de boot. Treinreizigers op het traject Brussel – Amsterdam genieten op die manier van meer rechten dan busreizigers. Dit is voor het OIVO onaanvaardbaar. Ook mogen de lidstaten binnenlands geregeld vervoer van de toepassing van de Verordening vrijstellen gedurende een periode van vier (!) jaar die zelfs nog eenmaal kan worden verlengd. Tenslotte zorgt de overmachtsclausule, die de vervoerder ontslaat van zijn plicht tot bijstand als gevolg van slecht weer of natuurrampen, er opnieuw voor dat de busreiziger van minder bescherming geniet dan andere passagiers.
Conclusie
Het betekent een stap voorwaarts dat nu ook passagiers van bus- en touringcars beschermd worden door Europese regelgeving. Dat deze Verordening pas binnen twee jaar van kracht zal gaan is echter een gemiste kans. Het OIVO betreurt ook dat de rechten van busreizigers het minst verregaand zijn en dat zij op die manier ruimte laten om bestaande passagiersrechten, zoals die in de luchtvaart, bij hun herziening verder af te zwakken.