Vrouwen in België zijn almaar beter geschoold, zo stelt de FOD Economie. Hun opleidingsniveau is hoger dan dat van de mannen; 31,5% van de vrouwen heeft een diploma hoger onderwijs behaald, tegenover 27,4% van de mannen. In 1999 was dat nog 23,4% respectievelijk 22%. De scholingsgraad is over de gehele bevolking gestegen, maar dat gebeurde in de voorbije tien jaar merkelijk sneller voor vrouwen. Het percentage mannen met een diploma hoger onderwijs is met 24% toegenomen terwijl dit bij vrouwen steeg met 34%. Dit verschil van tien procentpunten is, statistisch gezien, enorm.
Ook op de arbeidsmarkt merken we een evolutie. Er zijn tegenwoordig meer vrouwelijke dan mannelijke hooggeschoolde werknemers (885.500 tegenover 833.000). Verder is de tewerkstellingsgraad bij mannen de laatste tien jaar eerder gelijk gebleven, terwijl die er bij vrouwen met 5,6 procentpunten op is vooruitgegaan. Sinds 2003 zien we zelfs een gemiddelde toename met 0,7 procentpunt per jaar.
De laatste jaren merken we nog een ander fenomeen bij hoger geschoolde vrouwen, namelijk dat ze hun eerste baby krijgen rond de leeftijd van 30 jaar. Jongeren gaan vandaag de dag almaar langer studeren, waarop hun eerste baan volgt, die hoge verwachtingen met zich meebrengt. Veel vrouwen baseren hun carrièreplanning op ambitie en op het bereiken van bepaalde financiële doelstellingen. Anders gezegd: ze vinden het belangrijk om eerst een financieel en professioneel stabiele positie te verwerven voordat ze aan kinderen beginnen denken. In 1998 was de gemiddelde leeftijd waarop een vrouw haar eerste kind kreeg 27,3 jaar. In 2008 was dit gestegen tot de leeftijd van 28,0 jaar1.
Om af te ronden: de vrouw van de XXIste eeuw slaagt er perfect in om werk, verantwoordelijkheden en gezin te combineren!
(1)
FOD Economie - Statbel