Onder andere worden de volgende vragen gesteld: hoe kunnen we minder (grond)stoffen gebruiken? Hoe verkrijg ik de kleinste milieu-impact voor de fabricage van mijn product? Welke (grond)stoffen gebruik ik? Hoe verklein ik de milieueffecten van het transport? Maar ook: hoe ontwerp ik mijn product om ervoor te zorgen dat het energieverbruik ervan zo laag mogelijk blijft? Op dit laatste punt gaan we dieper in. De Europese wetgeving betreffende eco-conceptie wil onder andere de milieuprestaties van energieverslindende producten tijdens de hele levensduur verbeteren.
Het gaat daarbij om koelkasten, vaatwasmachines, wasmachines, maar ook complexe digitale decoders. Die zijn beter bekend onder de term tv-decoder en leveren toegang tot televisiekanalen en het internet. Jammer genoeg behoren ze tot de meest energieverslindende apparaten, die bovendien alsmaar meer voorkomen in Europese gezinnen.
Om die reden verbaast het OIVO zich over de beslissing van de Europese Commissie om het vrijwillige akkoord te aanvaarden dat haar werd voorgelegd door een groep fabrikanten van deze complexe digitale decoders. De Commissie zou immers toegeven om geen streefdoelen voorop te stellen en geen eisen inzake eco-conceptie te stellen via de Europese wetgeving. Dit schept een gevaarlijk precedent want het zet de deur open voor zelfregulering.
Monique Goyens, Algemeen Directrice van het BEUC, reageert als volgt: Ik betwijfel of groene doelstellingen die eenzijdig door de fabrikanten vooropgesteld worden even goede resultaten kunnen opleveren als een dwingende wetgeving. Ervaring leert ons dat vrijwillige akkoorden met betrekking tot milieuzorg niet efficiënt zijn. De auto-industrie, bijvoorbeeld, komt haar beloften om de CO2-uitstoot terug te schroeven al jarenlang niet na. Bovendien blijkt uit de voorafgaande besprekingen tussen de fabrikanten van televisiedecoders al een bedroevend gebrek aan ambitie aangezien zij zelfs overwegen de mogelijkheid voor de gebruikers om de apparaten uit te schakelen uit te sluiten.
Het OIVO steunt het standpunt van het BEUC en betreurt dat de Europese Commissie een dergelijk precedent zou aanvaarden door de industrie te laten beslissen over de ecologische doelstellingen met betrekking tot digitale decoders. Volgens het OIVO is het de verantwoordelijkheid van de Europese Commissie om via de Europese wetgeving ambitieuze normen op te leggen, aangezien enkel een streng reglementair kader kan garanderen dat er werk gemaakt wordt van het zoeken naar de technische verbeteringen die onontbeerlijk zijn in de strijd tegen de verspilling van grondstoffen en energie.