Zo is het onder andere verboden voor de deurwaarder om de consument kosten aan te rekenen die niet voorzien waren in het contract dat aan de basis ligt van de schuld. Er moet ook verplicht een schriftelijke ingebrekestelling gebeuren voordat wordt overgegaan tot andere maatregelen, zoals telefonische oproepen en bezoeken aan huis. Die ingebrekestelling moet de bij wet voorgeschreven vormvereisten respecteren en mag geen dreigementen bevatten die naar onjuiste juridische gevolgen verwijzen. Ten slotte moet elk beslag tot tenuitvoerlegging gebeuren op basis van een uitvoerbare titel (een vonnis waartegen geen beroep of verzet meer mogelijk is of een notariële akte bijvoorbeeld). Overtredingen tegen deze procedure kunnen strafrechtelijke sancties tot gevolg hebben.
Het OIVO moedigt de consumenten aan om handelingen die zij als wanpraktijken beschouwen, aan te klagen. Dat is belangrijk omdat er inderdaad deurwaarders zijn die niet aarzelen om van hun positie misbruik te maken om volkomen onwettige kosten aan te rekenen. Ze weten immers dat maar weinig consumenten de wettigheid van hun handelingen in vraag zullen stellen omdat het doen naleven van de wet in principe precies het voorwerp van hun functie is.
Een voorbeeld: het OIVO ontving recent een klacht van een consument over een zaak die we kunnen beschouwen als een extreem, maar toch veelzeggend geval.
De consument moest ongeveer 76 euro betalen aan een openbaarvervoermaatschappij. Hij had die som betaald, maar vergat de gestandaardiseerde verplichte vermelding op het overschrijvingsformulier in te vullen. De vervoermaatschappij schakelde daarop een deurwaarder in, die een ingebrekestelling (zonder bepaalde verplichte vermeldingen!) naar die consument opstuurde. Laatstgenoemde antwoordde daarop aan de deurwaarder dat de betaling al uitgevoerd was. Na controle van de rekening bevestigt de deurwaarder ook dat de schuld vereffend is, maar hij vordert ondanks dat van de consument nog kosten voor een som van... 114 euro, meer dus dan het bedrag van de schuld zelf!
De consument gaf aan die vordering geen gevolg omdat hij - terecht - van mening was dat hij die som niet verschuldigd was, maar daarop ging de deurwaarder over tot een beslag tot tenuitvoerlegging op de goederen van de consument en een terugvordering van de gemaakte kosten voor een totale som van 362 euro! Dat beslag werd volkomen onwettig uitgevoerd aangezien ze niet onderbouwd was door een uitvoerbare titel en zelfs niet door een opeisbare vordering aangezien de schuld al betaald was! De meubelen van die consument staan nu op het punt te worden verkocht. De manier van handelen van deze deurwaarder kan gelijkgesteld worden met pure afpersing aangezien hij misbruik maakt van de zwakke positie en de onwetendheid van de consument om volkomen ongewettigd een som geld van hem te eisen.
Bij handelingen door een gerechtsdeurwaarder die strijdig zijn met de wet op de minnelijke schuldinning, beveelt het OIVO aan om klacht neer te leggen bij een lid van de raad van de gerechtelijke arrondissementskamer waaronder de aangeklaagde gerechtsdeurwaarder ressorteert: het adres kunt u vinden op de website www.gerechtsdeurwaarders.be.