Op basis van de kosten voor de groenestroomcertificaten, voor de verplichting om een derde van de onderzeese kabel en verschillende aansluitingen te betalen, en voor de verspreiding van de productie die de netwerkbeheerder (Elia, GRT) moet betalen, berekende de Creg de jaarlijkse kost op 108,25 miljoen euro.
De grootste kost, die van de groenestroomcertificaten wordt geschat op 100 miljoen euro tegenover 7 miljoen voor de verspreiding van de productie. In de studie wordt alleen rekening gehouden met het bestaande windmolenpark van het consortium C-power voor de kust van Oostende.
Tegen 2018 zouden er nog zes bijkomende windmolenparken operationeel zijn .De kosten zullen dus nog flink oplopen voor Elia. Als er niets verandert zal de verbruiker opdraaien voor die kosten, oordeelt de Creg.
Het OIVO is altijd voorstander geweest van groene energie maar vindt het jammer dat de overheid in eerdere studies geen rekening gehouden heeft met mogelijke kosten voor de consumenten.